Tot lof van Haarlem
Jaar van uitgifte 1993
Nur1 680
Nur2 654
Reeks naam Amsterdamse Historische Reeks GS
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 688
Reeks nummer 17
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Het proefschrift van Truus van Bueren is een uiterst belangrijke studie uitvoerig gedocumenteerd met oorspronkelijk bronnenmateriaal. Ik denk dat historici met dit bronnenmateriaal nog vele interessante verklaringen en interpretaties kunnen geven over een aantal typisch historische zaken de commanderij en het beheer en de overdracht van haar goederen betreffende.' P. Biesboer in: De zeventiende eeuw, jaargang 11/1 (1995). 'Tot lof van Haarlem is een mooi boek: verzorgd uitgegeven door Verloren en rijk geïllustreerd. Wel is het een enorm zoekwerk om de afbeeldingen, ondergebracht in één van de vele overzichten en inventarissen, te leggen naast de tekst in deel I van de studie, maar alternatieven zijn hier feitelijk niet voor. Het boek zal zijn weg naar historische en kunsthistorische instituten en bibliotheken zeker vinden, gezien de enorme hoeveelheid waardevolle informatie betreffende een aantal nog steeds wereldberoemde kunstwerken. Tevens biedt de studie inzicht in het propagandistisch gebruik van kunst in de vroege Republiek.' E.J.G. Lips in: Holland 26 (1994).

Tot lof van Haarlem

Truus van Bueren | 9065503706
60,
Niet op voorraad in de webshop
Niet op voorraad
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Het beleid van de stad Haarlem ten aanzien van de kunstwerken uit de geconfisqueerde geestelijke instellingen.
 

 

Wat er na de overgang naar de gereformeerde godsdienst met het oude religieuze kunstbezit van een stad gebeurde, was voor een belangrijk deel afhankelijk van het beleid van het stadsbestuur. Hoewel kunstwerken als memorietafels en schilderijen van de lijdende Christus officieel werden afgekeurd door de Gereformeerde Kerk, lieten bestuurders ze nogal eens plaatsen in de openbare gebouwen van de stad. Kennelijk hadden de magistraten er belang bij dergelijke kunstwerken te bewaren. Zo werd het Prinsenhof in Haarlem niet alleen ingericht met schilderijen en prenten waarin werd ingespeeld op de politieke actualiteit, maar ook met bijvoorbeeld het groepsportret van de Jeruzalemvaarders van Jan van Scorel en de Lukas schildert de Madonna, het schilderij dat Maarten van Heemskerck in 1532 had geschonken aan het Lukasgilde. In 1628 werd de verzameling aangevuld met een aantal stukken uit het Sint-Jansklooster. Dit klooster van de Ridderlijke Orde van Sint-Jan van Jeruzalem bezat een groot aantal toen en thans zeer gewaardeerde schilderijen van kunstenaars als Geertgen tot Sint-Jans, Jan Mostaert, Pieter Pietersz. en de al eerder genoemde Scorel en Heemskerck. Tot op heden is in de kunstgeschiedenis nog nauwelijks aandacht besteed aan de beweegredenen van de autoriteiten voor hun beleid ten aanzien van het oude religieuze kunstbezit. Tot lof van Haarlem is het resultaat van een eerste systematisch onderzoek naar de waardering van een gereformeerd stadsbestuur - Haarlem - voor de kunstwerken die het verwierf onder andere ten gevolge van de inbeslagneming van de geestelijke goederen. De volgende vragen staan centraal: welke religieuze stukken heeft de stad Haarlem verkregen? Hoe heeft het stadsbestuur ze weten te verwerven? Wat heeft het er vervolgens mee gedaan? Wat zegt het gevoerde beleid over de waardering die de Haarlemse bestuurders hadden voor het oude religieuze cultuurbezit? De nadruk ligt hierbij op de periode 1570-1630. Deel I bevat een analyse van het beschikbare materiaal en een antwoord op de gestelde vragen. Deel II bestaat uit de catalogi van een aantal kunstwerken in het Jansklooster en het Prinsenhof, de transcripties van de boedelinventarissen uit het Jansklooster en de staten die werden opgemaakt nadat de goederen van dit klooster in handen van de stad waren gekomen. Ook zijn hierin opgenomen de totaaloverzichten van het bezit van de Haarlemse kloosters en van de stukken op het Prinsenhof.