Kleding in Nederland 1813-1920
Jaar van uitgifte 1993
Nur1 680
Nur2 694
Reeks naam Publikaties FHKW Rotterdam
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 536
Reeks nummer 8
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'[...] deze dissertatie [vormt] een prettig leesbare bijdrage [...] tot de geschiedenis van de materiële cultuur.' A.J. Schuurman in: BMGN 1993-3. 'Het onderzoek van Kitty de Leeuw kan model staan voor het traditioneel kwalitatief onderzoek waarin reeds ontwikkelde denk- en verklaringsmodellen worden ingevuld met illustratief kwalitatief materiaal. Haar boek levert een boeiende analyse van de evolutie van kleedgedrag in functie van de totaalcontext van een veranderende samenleving, al gaat er geen baanbrekend origineel onderzoek aan vooraf.' M. Brackeleire in: Belgisch Tijdschrift voor Filologie en Geschiedenis 73/4 (1995).

Kleding in Nederland 1813-1920

Kitty de Leeuw | 9065504079
39,
Niet op voorraad in de webshop
Niet op voorraad
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Van een traditioneel bepaald kleedpatroon naar een begin van modern kleedgedrag.
 

 

Kleding beschermt de mens tegen omgevingsfactoren als kou of regen. Dit is echter niet de enige, zelfs niet de belangrijkste functie die kleding voor de mens vervult. Deze is gelegen in het reguleren van de verhouding tussen de mens en zijn omgeving in ruimere zin. Kleding en verzorging van het uiterlijk spelen een rol in het reguleren van de seksualiteit: het kleedpatroon bevat voorschriften ten aanzien van de erotiek, de zedelijkheid en de lading 'vrouwelijkheid' en 'mannelijkheid'. Dat doorbreking van de bestaande codes soms als bedreigend ervaren wordt, blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van de arts Glénard (1903): '... misschien zal de strijd der sexen, in onze dagen zoo hevig gevoerd, het verschil in kleeding opheffen als logisch gevolg van de gelijkheid van vrouw en man ... De vrouw zal er een harer machtigste bekoorlijkheden door verliezen, de man een der meest veelvuldige gelegenheden om het schoone werk der natuur te bewonderen.' Dat esthetiek ook een rol speelt, is duidelijk. Het natuurlijke lichaam van de mens is nooit 'mooi' genoeg, het wordt altijd door de cultuur gemodelleerd volgens het vigerende schoonheidsideaal. In kleding vindt men eveneens de neerslag van het spanningsveld tussen individu en samenleving: het individu wil z'n identiteit uitdrukken, de maatschappij verlangt een indicatie van status, beroep of functie, sekse, leeftijd etc. In deze studie wordt beschreven welke veranderingen in Nederland zijn opgetreden in het kleedgedrag tussen 1813 en 1920, de periode waarin het moderniseringsproces plaatsvond. De nadruk ligt op de totstandkoming van de veranderingen als gevolg van de reacties van individuen op wijzigingen in hun materiële en socio-culturele omgeving. Zowel de kleding van de elite als de werkkleding van 'het volk' en de regionaal bepaalde streekdrachten komen hierbij aan de orde.