Artistiek en ambachtelijk
Jaar van uitgifte 1993
Nur1 680
Nur2 693
Reeks naam Alkmaarse Historische Reeks
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Bindwijze gebonden in harde band
Bladzijdes 159
Redactie M. van der Bijl, J. Drewes, R. van der Eerden-Vonk, H. Kaptein, L. Noordegraaf, C. Streefkerk en S. de Vries
Reeks nummer 9
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: P.C. VAN DER EERDEN, Het 'Hof van Sonoy'. Bouw- en bewoningsgeschiedenis   HERMAN KAPTEIN, Passchier Lammertijn. Uitvinder of bedrieger?   ALICE VAN DIEPEN, Thomas Pietersz. Baert. Boekdrukker in de Langestraat   CARLA ROGGE, De zegepraal der goede beginselen. Enkele vroege interieuronderdelen, ontworpen door Pierre Cuypers voor de RK Laurentiuskerk te Alkmaar   HAROLD D.E. BOS, 'Om opgenomen te worden en bewaard te blijven'. De geschiedenis van een schenking aan het Stedelijk Museum te Alkmaar   CARLA ROGGE, Een rijkdom aan lijnen. Een verkenning van het werk van de Alkmaarse architect P.J. van der List, 1920-1940

Artistiek en ambachtelijk

9065501150
19,
Niet op voorraad in de webshop
Niet op voorraad
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Architectuur, kunsten en nijverheid in Alkmaar 14e-20e eeuw.
 

 

Alkmaar kende sinds de middeleeuwen een eigen textielnijverheid. Door stimulerende maatregelen van het stadsbestuur, ontwikkelde de textielnijverheid zich na 1580 krachtig. In 1586 haalden de bestuurders 'bleekers van Haarlem', waar de textielnijverheid een veel hoger niveau had, over zich in Alkmaar te vestigen. In 1602 schrapte de stedelijke regering de bepaling uit de ordonnantie van het Alkmaarse weversgilde, dat vreemdelingen eerst drie maanden in de stad als knecht moesten werken voor zij er een bedrijf mochten beginnen. Er werd ook veel kapitaal in nieuwe textielbranches geïnvesteerd. In 1603 kreeg een 'hoedestoffeerder ende trijp-werker' 200 gulden subsidie om voor de periode van vier jaar in de stad 'het trijpwercken met vier getouwen' uit te oefenen. Ook bombazijnwerkers en een zijdewerker werden zo naar Alkmaar gelokt. Op 5 maart 1607 sloten de Alkmaarse burgemeesters een overeenkomst met Passchier Lammertijn, die in Haarlem een grote reputatie had opgebouwd met zijn kunstig geweven damasten tafelgoed. Eerder had hij het patentrecht verkregen voor een 'Inventie, omme alle tgene men metter pennen scrijven, oft trecken can, te doen weven'. Wat Lammertijn nu precies heeft uitgevonden, is onduidelijk. Heeft hij de techniek van het damastweven in Nederland uitgevonden of heeft hij deze vanuit zijn geboorteplaats Kortrijk naar het Noorden gebracht? Of heeft hij soms de Kortrijkse techniek verbeterd? In zijn artikel 'Passchier Lammertijn. Uitvinder of bedrieger?' volgt Kaptein de gangen van Lammertijn. Door hem te plaatsen binnen de ontwikkeling van de Zuid-Nederlandse en Hollandse damastweverij, verschaft Kaptein meer duidelijkheid over Lammertijns invloed op deze vorm van kunstnijverheid. In het negende deel van de Alkmaarse Historische Reeks wordt niet alleen aandacht besteed aan de weverij van luxueus (tafel)linnen, maar ook aan de bouwkunst, de boekdrukkunst, de kerkelijke interieurkunst en een collectie keramiek, klokken, glaswerk en diverse andere (kunst)nijverheidsvoorwerpen in Alkmaar: 'kunst met een kleine k' dus. Zowel artistieke kwaliteiten als technisch-ambachtelijke aspecten worden besproken.