De onvermijdelijke afkomst?

Specificaties

Jaar van uitgifte 1994
Nur1 686
Nur2 696
Reeks naam N.W. Posthumus Reeks
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 351
Extra geïllustreerd
Reeks nummer 3
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

De onvermijdelijke afkomst?

A.P. Versteegh | 9065503986
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

De opname van Polen in het Duits, Belgisch en Nederlands mijnbedrijf in de periode 1920-1930.
 

 

Pien Versteegh richt zich in haar boek op de vestigingsprocessen van economische migranten. Over het algemeen wordt aangenomen dat de positie van migranten op de arbeidsmarkt en in de maatschappij samenhangt met hun territoriale afkomst. Om deze veronderstelling te toetsen, heeft Versteegh onderzoek gedaan naar de opname van Poolse migranten die in de periode 1920-1930 gingen werken in de mijnen Arenberg-GmbH in Bottrop (Ruhrgebied), de Grand-Hornu in Hornu (Borinage), Waterschei in Genk (Kempen) en de Oranje-Nassau mijnen in Heerlen (Zuid-Limburg). De positie van de Polen werd vergeleken met die van de autochtone mijnwerkers. Gekeken werd naar de positie op de arbeidsmarkt, het werkgeversbeleid, het overheidsbeleid, het huwelijkspatroon en de bejegening door de autochtone bevolking. Hoewel er wel verschillen zijn tussen de opname in Duitsland, België en Nederland, wijzen de onderzoeksresultaten in dezelfde richting: de Poolse mijnwerkers werden vooral gerecruteerd voor geschoold werk waarvoor geen autochtonen beschikbaar waren. Hun stijgingskansen waren echter beperkt. In sociaal opzicht leefden de Polen min of meer gescheiden van de autochtone bevolking. Ze waren actief in eigen verenigingen en vormden een hechte groep. Hun isolement lijkt zelfgekozen te zijn geweest. Ondanks de institutionele scheiding bestonden er wel contacten met de autochtone bevolking, hetgeen blijkt uit gemengde huwelijken. Behalve in Waterschei bestonden er overal vooroordelen ten aanzien van de Polen. In Duitsland was er als gevolg van politieke kwesties regelrecht spraken van Polenhaat. In België en Nederland hing het bestaan van stereotypen eerder samen met de onbekendheid van de autochtone bevolking met moderne industrialisatieprocessen en daardoor de komst van migranten. De afkomst van de Polen was weliswaar van invloed op het vestigingsproces, maar deze invloed was niet zo deterministisch als algemeen wordt aangenomen.