Egmond tussen Kerk en wereld
Jaar van uitgifte 1993
Nur1 684
Nur2 704
Reeks naam Egmondse Studien
Status leverbaar
Taal Nederlands
Tweede taal Latijn
Bindwijze ing
Bladzijdes 240
Redactie G.N.M. Vis e.a.
Reeks nummer 2
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: M. MOSTERT, Het klooster en de middeleeuwse samenleving. Egmond en Holland (ca. 900-ca. 1200)   A.H. VAN BERKUM, De vijf Hollandse kerken van Sint Willibrord   G.N.M. VIS, De Historia en de Miracula Nova Sancti Adalberti   H.G.C.M. KLOMP, Het tympaan van Egmond. Kunst als instrument van propaganda   G. DECLERCQ, Van 'renovatio ordinis' tot 'traditio romana'. De abdij van Egmond en de Vlaamse kloosterhervormingen van de twaalfde eeuw   J.P. GUMBERT, Wanneer werkte C? Over een Egmonds annalist en het Auctarium van Affligem   A.M.J. ZIJLSTRA, Het Officie van Sint Adalbert: visitekaartje van een middeleeuwse abdij   F.D. ZEILER, Monnikenwerk? Egmond en de dijkzorg in Noord-Holland   D.P. BLOK, Beke's bron voor de Kennemer Opstand

'Met veel afbeeldingen, instructieve kaarten, met een uitstekend notenapparaat en een verzorgd register is deze bundel een mooi visitekaartje geworden van de redactie, dat ons met belangstelling doet uitzien naar een volgend deel, waarvoor met de tekst van de Egbert-voordrachten de aanzet al is gegeven.' In: Benedictijns tijdschrift 1993/4.

Egmond tussen Kerk en wereld

9065502521
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

 

In het begin van de tiende eeuw stichtte graaf Dirk I van Holland, een nonnenklooster te Hallem (het huidige Egmond-Binnen). Op grond van een visioen van een non werd een kapel gebouwd voor de relieken van Sint Adalbert, die tot dat moment in een kleine kapel in de duinen hadden gerust. Bij de translatie van Adalbert op 15 juni 922 naar de kloosterkerk welde in zijn graf een wonderbare bron op. Veel blinden en bezetenen genazen door zich met het water te wassen of ervan te drinken, aldus de Vita Adalberti (ca. 985). Ook in de kloosterkerk, waar de nonnen voortaan de eredienst van de heilige verrichtten, vonden dergelijke genezingen plaats. In 950-960 werd een stenen kerk neergezet en werden de nonnen door monniken vervangen. Lange tijd oefende de Adalbertsput grotere aantrekkingskracht op pelgrims uit dan de relieken in de abdij zelf. De monniken, die de pelgrims liever in hun abdij zagen komen, probeerden greep te krijgen op de pelgrimage en bouwden in 1113 een kapel boven de put. In de Miracula Nova Sancti Adalberti (ca. 1120-1143) wordt de put geheel verzwegen. Ook in het Officie van Sint Adalbert (ca. 1150) wordt alleen aandacht geschonken aan de relieken. In een van de gezangen laat de auteur van het Officie Adalbert zeggen: 'Het stamt ... uit een goddelijk raadsbesluit dat de relieken van mijn lichaam niet langer verborgen blijven.' De boodschap lijkt duidelijk: wie de put bezoekt en niet de relieken, handelt in strijd met Gods wil. Het middeleeuwse kloostercomplex was niet alleen een heiligdom, maar ook een potentiële vesting, een nederzetting en het exploitatiecentrum van een uitgestrekt goederencomplex. De tweede bundel EGMONDSE STUDIËN belicht verschillende aspecten van het spanningsveld klooster-wereld: klooster en bisschop, klooster en graaf, monniken en leken, cultuur en natuur. Veel aandacht wordt besteed aan de historiografie van de twaalfde eeuw met onder meer een editie van de Miracula Nova met Nederlandse vertaling. De personen die in deze bron een rol spelen, komen we ook elders in de bundel tegen: graaf Floris II de Vette, zijn vrouw Petronella en hun zoons Dirk en Floris, de Egmondse abten Steven, Allard, Asselijn en Wouter en niet te vergeten de op geld beluste voogden en lastige inwoners van het dorp Castricum.