'Hoe zal het met mij aflopen'
Jaar van uitgifte 1999
Nur1 685
Nur2 694
Reeks naam Egodocumenten
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 112
Redactie Henk Eijssens
Extra geïllustreerd
Reeks nummer 17
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Een uiterst fris en sprankel historisch egodocument.' Staf Schoeters in: Leesidee juni 1999. 'In de reeks Egodocumenten wordt de lezer in ieder geval een eind tegemoet gekomen. Alle uitgaven bevatten een inleiding waarin de sociaal-economische en politieke achtergrond van het document aan de orde komt. Bij sommige delen gebeurt dat zeer uitgebreid en zorgvuldig, terwijl andere volstaan met een korte introductie. (...) De reeks Egodocumenten maakt bijzondere bronnen direct toegankelijk. De manier waarop de uitgaven zijn verzorgd, maakt de toegankelijkheid en de leesbaarheid nog groter. Maar ook zonder de inleidingen zijn de teksten de moeite van het lezen waard. Hoe vaak wordt de historische sensatie - zoals hier - op een dienblad gepresenteerd?' Manon van der Heijden in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis jrg. 28/1, 2002. 'Wat het dagboek bijzonder maakt (...) zijn de veelvuldige verwijzingen naar Nicolaas Beets. (...) Voor wie Beets als student wil leren kennen, biedt het dagboek van Molewater een onmisbare aanvulling op het beeld dat de oude Beets indertijd van de jonge Beets geprobeerd heeft na te laten.' Olf Praamstra in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 116 (2000) 2. 'De aan de Leidse Hogeschool studerende zoon van een Rotterdamse belastingontvanger geeft in zijn dagboek een mooi beeld van het studentenleven in de jaren dertig van de 19e eeuw. [...] Het dagboek is daarnaast interessant omdat Molewater zeer openhartig over zowel zijn seksuele als over zijn psychische problemen schrijft. (...) Het zeer uitvoerige notenapparaat, waaruit een gedegen onderzoek blijkt, geeft deze uitgave een extra toegevoegde waarde.' Rita Hooijschuur in: Holland 32 (2000), 1-2. ' "Hoe zal het met mij afloopen?" spoort aan tot (verdere) bestudering van het studentenleven in de negentiende eeuw. Het boekje is niet alleen vanwege de beschrijving van het studentenleven geschikt als introductie voor scholieren die in Leiden of Rotterdam medicijnen willen gaan studeren, ook geeft het antwoord op de vraag waarom de medische faculteit van de Erasmus Universiteit in Rotterdam aan het Dr. Molewaterplein ligt.' Jochem van Abel in: Kleio okt/nov. 2000.

'Hoe zal het met mij aflopen'

Jan Bastiaan Molewater | 9065501649
15,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Het studentendagboek 1833-1835 van Jan Bastiaan Molewater.
 

 

Gedurende zijn studententijd hield de latere Rotterdamse ziekenhuisdirecteur Jan Bastiaan Molewater (1813-1864) enige maanden een dagboek bij. Hij gaf daarin een belangwekkende beschrijving van zaken die een Leids medicijnenstudent in de jaren dertig van de negentiende eeuw bezighielden. Naast de colleges, de te bestuderen literatuur en de soms ontluisterende medische praktijken komen de contacten met zijn medestudenten en de hoogleraren aan de orde. Hij schreef over de Rederijkerskamer voor Uiterlijke Welsprekendheid in Leiden, zijn buitenlandse reisjes en de in zijn kringen al dan niet modieuze literatuur. Openhartig was hij over zijn eigen seksuele problemen en die van medestudenten. Hij was bang voor geslachtsziekten en had de gevreesde kwikbehandeling al eens moeten ondergaan. Toch kon hij maar met moeite een einde maken aan zijn contacten met een Leidse straatmadelief. Molewater schreef zijn dagboek voor zichzelf. Het is doorspekt met zelfreflectie en al snel wordt duidelijk, dat hij geen vrolijke kijk op het leven had. Hij leefde naar zijn gevoel in een verdorven maatschappij, terwijl hij zelf de wilskracht miste om te voldoen aan de eisen die hij aan zichzelf stelde. Toch hoopte hij dat zijn dagboekaantekeningen hem in een van zijn vele sombere buien nog eens zouden kunnen opvrolijken, 'omdat ze dan welligt door de herinnering aan alleraangenaamste uren in staat zullen zijn mijne mismoedigheid te verdrijven'.