Een brandpunt van geleerdheid in de hoofdstad
Jaar van uitgifte 1992
Nur1 680
Nur2 681
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 345
Redactie J.C.H. Blom e.a.
Extra Uitgave in samenwerking met Amsterdam University Press.
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: P. DE ROOY, De ontdekking van een oud bestoven familieportret   M.J. VAN DIGGELEN, Albertus Bruining (1846-1919). Intellectualist tussen oud- en rechts-modernisme   J.W. WESTENBERG, Tobias Michael Carel Asser (1838-1913). Een pragmatisch jurist   H. VAN DEN BRINK, Antonius Alexis Hendrikus Struycken (1873-1923). Diplomaat en hoogleraar   J.J.H. BRUGGINK, Paul Scholten (1875-1946). Recht en overtuiging   G.J. KLOOSTERMAN, Hector Treub (1856-1920). Een veelzijdig en geëngageerd gynaecoloog   B. BALJET, Louis Bolk (1866-1930). Een anatoom in hart en nieren   R.P.W. VISSER, Hugo de Vries (1848-1935). Het begin van de experimentele botanie in Nederland   H.A.M. SNELDERS, Jacobus Henricus van 't Hoff (1852-1911). Physicam chemiae adiunxit   A.J. KOX, Johannes Diderik van der Waals (1837-1923). Theoreticus van de Amsterdamse natuurkunde   A.J. KOX, Pieter Zeeman (1865-1943). Meester van het experiment   E.P.J. VAN DEN HEUVEL, Antonie Pannekoek (1873-1960). Socialist en sterrenkundige   M. BARNARD, Allard Pierson (1831-1896). Schoonheid is de blos van 't Ware   P.B.M. BLAAS, Hajo Brugmans (1868-1939). De vlucht in de historische parallel   L. NOORDEGRAAF, Nicolaas Wilhelmus Posthumus (1880-1960). Van gloeiend marxist tot entrepreneur   A.F.J. KÖBBEN, Sebald Rudolf Steinmetz (1862-1940). Een hartstochtelijk geleerde

Een brandpunt van geleerdheid in de hoofdstad

9065503498
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

De Universiteit van Amsterdam rond 1900 in vijftien portretten.
 

 

Aan de geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam is de laatste jaren weinig aandacht besteed. Dat is te betreuren, omdat juist deze instelling een buitengewoon boeiende ontwikkeling heeft doorgemaakt. Het Atheneum Illustre, opgericht in 1632, had de fakkel der wetenschap lang brandend weten te houden, maar in de loop van de negentiende eeuw leek deze toch langzaam maar zeker uit te doven. De stad Amsterdam beschouwde een instelling voor wetenschappelijk onderwijs echter als onmisbaar onderdeel van het maatschappelijk en cultureel leven van de hoofdstad. Met een aanzienlijke krachtsinspanning werd dan ook het onderwijsaanbod verbreed en het peil sterk verbeterd. Op grond daarvan bleek de wetgever in 1876 bereid te zijn de gemeenteraad de bevoegdheid te geven om de instelling te verheffen tot Universiteit van Amsterdam. Daarna trad een hoogstopmerkelijke bloeiperiode in van ongeveer een halve eeuw, die in deze uitgave nader belicht wordt. Daartoe werd gekozen voor een biografische invalshoek, waarbij gestreefd werd naar een zekere spreiding over verschillende disciplines. De selectie van de te beschrijven geleerden, waaraan een zeker element van willekeur natuurlijk niet ontbreekt, werd echter in hoofdzaak bepaald door de mate waarin zij van belang zijn geweest op hun wetenschapsterrein en beperkt door de beschikbaarheid van bronnenmateriaal en auteurs. Door middel van deze levensschetsen wordt een beeld geboden van de zeer uiteenlopende veranderingen in het universtaire leven rond de eeuwwisseling, die zich nergens zo krachtig voordeden als in Amsterdam. Voorafgaand aan de verschillende bijdragen wordt in een inleidend artikel nader ingegaan op een aantal aspecten van de meer algemene ontwikkelingen en de wijze waarop deze zich specifiek in Amsterdam voltrokken.